Kavelruil en overdrachtsbelasting: zo werkt de vrijstelling

Bij kavelruil in het landelijk gebied betaal je geen overdrachtsbelasting. Dit is een onvoorwaardelijke vrijstelling, vastgelegd in artikel 15, lid 1, sub l van de Wet op belastingen van rechtsverkeer (WBR). Dat betekent dat de overdracht van grond binnen een kavelruil volledig buiten de overdrachtsbelasting valt, zonder dat je aan aanvullende voorwaarden hoeft te voldoen.

Voor agrariërs en grondeigenaren die grond willen ruilen om hun bedrijfsvoering te verbeteren, is dit een groot financieel voordeel. Normaal geldt bij de overdracht van onroerend goed buiten de woning een tarief van 10,4% overdrachtsbelasting (tarief 2024). Bij een grondruil van enkele hectares loopt dat bedrag snel op tot tienduizenden euro’s. De vrijstelling bij kavelruil maakt zulke ruilingen financieel haalbaar.

Wat is kavelruil precies?

Kavelruil is een juridisch instrument waarbij meerdere grondeigenaren onderling percelen ruilen, zodat iedereen een beter aaneengesloten of beter gelegen stuk grond krijgt. Denk aan twee boeren die elk versnipperde percelen bezitten: door te ruilen legt de een alle grond dicht bij huis samen, en de ander krijgt percelen die beter passen bij zijn bedrijf.

Een kavelruil vereist minimaal drie partijen en wordt vastgelegd in een notariële akte. Twee-partijen-ruil valt hier niet onder. De regeling is bedoeld voor het landelijk gebied en wordt vaak ingezet bij landinrichting, natuurontwikkeling of agrarische herstructurering. De Dienst Landelijk Gebied (DLG) en provincies spelen bij grotere kavelruilprojecten soms een coördinerende rol.

De vrijstelling overdrachtsbelasting bij kavelruil: de voorwaarden

De vrijstelling op grond van artikel 15, lid 1, sub l WBR geldt specifiek voor kavelruil zoals bedoeld in de Wet inrichting landelijk gebied (Wilg) of een vergelijkbare wettelijke regeling. De vrijstelling is onvoorwaardelijk: er is geen terugbetalingsverplichting en geen aanhoudtermijn zoals bij sommige andere vrijstellingen.

Wel moet de ruil voldoen aan de formele eisen van een kavelruil:

  • Er zijn minimaal drie deelnemende partijen.
  • De ruil wordt vastgelegd in een notariële kavelruilovereenkomst.
  • De percelen liggen in het landelijk gebied.
  • De ruil is gericht op verbetering van de verkaveling, niet op verkapte koop of verkoop.

Voldoet de ruil aan deze eisen, dan geldt de vrijstelling automatisch. De notaris verwerkt dit in de akte en de vrijstelling wordt bij de aangifte overdrachtsbelasting toegepast.

Wat als de waarden niet gelijk zijn?

In de praktijk zijn geruilende percelen zelden precies gelijk in waarde. Als de ene partij grond krijgt die meer waard is dan de grond die hij inlevert, wordt het verschil (de overwaarde) soms bijbetaald. Zo’n bijbetaling heet een “opleg”.

De vrijstelling van overdrachtsbelasting geldt voor de ruiling zelf, ook als er sprake is van een opleg. De belastingdienst beoordeelt echter wel of de opleg niet zo hoog is dat de transactie in werkelijkheid meer op een koop lijkt dan op een ruil. Als de opleg disproportioneel hoog is ten opzichte van de geruilende grondwaarden, kan de Belastingdienst de vrijstelling (deels) weigeren. Het is verstandig om dit vooraf met de notaris en eventueel een fiscalist te bespreken.

Verschil met de landbouwvrijstelling

De vrijstelling overdrachtsbelasting bij kavelruil staat los van de landbouwvrijstelling in de inkomstenbelasting. Die laatste regeling ziet op de winst die een agrariër maakt bij de verkoop van landbouwgrond. Beide vrijstellingen kunnen naast elkaar van toepassing zijn bij een kavelruil, maar ze hebben elk hun eigen wettelijke grondslag en vereisten. Verwar ze niet met elkaar.

Wanneer geldt de vrijstelling juist niet?

Er zijn situaties waarbij je de vrijstelling niet kunt toepassen, ook al lijkt de transactie op een kavelruil:

  • Bij een ruil tussen slechts twee partijen. Dit kwalificeert niet als kavelruil in de zin van de WBR.
  • Als de percelen niet in het landelijk gebied liggen, maar bijvoorbeeld in een bestemmingsplan voor woningbouw of bedrijventerrein.
  • Als er geen notariële kavelruilovereenkomst is opgemaakt.
  • Als de Belastingdienst oordeelt dat de constructie in werkelijkheid een verkapte koop is.

In die gevallen geldt het reguliere tarief overdrachtsbelasting van 10,4% over de waarde van de verkregen grond (tarief 2024, voor niet-woningen).

Wil je zeker weten of jouw specifieke situatie kwalificeert voor de vrijstelling overdrachtsbelasting bij kavelruil? Laat de overeenkomst altijd beoordelen door een notaris met ervaring in agrarisch vastgoed. De fiscale gevolgen zijn groot genoeg om dit niet op eigen houtje te beoordelen.

Aanbevolen berichten