Het kosten koper percentage ligt in 2026 gemiddeld tussen de 4 en 6 procent van de woningwaarde. Koop je een huis van 350.000 euro, dan reken je dus op naar schatting 14.000 tot 21.000 euro aan bijkomende kosten. Dat geld moet je in de meeste gevallen uit eigen zak betalen, want je kunt het niet meefinancieren in je hypotheek.
Wat precies onder die 4 tot 6 procent valt, verschilt per situatie. Het percentage is geen vaste regel, maar een gemiddelde van verschillende kostenposten die optellen. Hieronder zie je waar dat percentage uit bestaat en waardoor het hoger of lager kan uitvallen.
Wat zit er in het kosten koper percentage?
De grootste hap is de overdrachtsbelasting. Voor een woning die je zelf gaat bewonen betaal je 2 procent van de koopprijs. Ben je tussen de 18 en 35 jaar en koop je voor het eerst een woning onder de vrijstellingsgrens (in 2026 naar schatting rond 510.000 euro), dan betaal je helemaal geen overdrachtsbelasting. Dat scheelt op een woning van 350.000 euro direct 7.000 euro.
Naast de overdrachtsbelasting tellen de volgende kosten mee:
- Notariskosten: voor de koopakte en leveringsakte, naar schatting rond 1.000 tot 1.500 euro in 2026.
- Taxatiekosten: de bank vraagt een taxatierapport, naar schatting rond 400 tot 700 euro in 2026.
- Hypotheekadvies en bemiddeling: naar schatting rond 1.500 tot 3.500 euro in 2026, afhankelijk van de adviseur.
- Bankgarantie of waarborgsom: dit is 10 procent van de koopprijs, tijdelijk geblokkeerd of via de bank geregeld. Geen verloren geld, maar je hebt het wel even nodig.
- NHG-premie: koop je met Nationale Hypotheek Garantie, dan betaal je een eenmalige premie van 0,6 procent van het hypotheekbedrag (in 2026).
Sommige kosten, zoals de hypotheekadviseur en de notaris, kun je tot op zekere hoogte zelf kiezen. Vergelijken loont, want de tarieven lopen flink uiteen.
Rekenvoorbeeld: kosten koper percentage bij drie prijsklassen
| Woningwaarde | 4% k.k. | 6% k.k. |
|---|---|---|
| 250.000 euro | 10.000 euro | 15.000 euro |
| 350.000 euro | 14.000 euro | 21.000 euro |
| 500.000 euro | 20.000 euro | 30.000 euro |
Let op: dit zijn richtbedragen. Betaal je geen overdrachtsbelasting (de startersvrijstelling), dan zit je eerder tegen de 2 à 3 procent. Koop je als belegger of tweede woning, dan betaal je 10,4 procent overdrachtsbelasting en schiet het totale percentage ver boven de 6 procent uit.
Waardoor valt het percentage hoger of lager uit?
Het kosten koper percentage is geen vast getal. De overdrachtsbelasting is de grootste variabele. Voor starters onder de vrijstellingsgrens valt het percentage flink lager uit. Wie geen startersvrijstelling heeft en ook geen NHG neemt, zit doorgaans dichter bij de 5 tot 6 procent.
Ook de notariskosten en advieskosten bepalen mee waar je uitkomt. Kies je een goedkopere notaris en doe je deels zelf onderzoek, dan druk je de kosten. Kies je een volledig ontzorgend hypotheekkantoor, dan betaal je meer. Dat is geen voor- of nadeel op zich, maar een bewuste keuze.
Eén ding dat weinig mensen beseffen: de kosten koper zijn niet fiscaal aftrekbaar. Alleen de hypotheekrente en sommige advieskosten voor de hypotheek zijn dat. De overdrachtsbelasting en notariskosten voor de levering zijn dat dus niet.
Hoeveel eigen geld heb je nodig?
Je hypotheek mag maximaal 100 procent van de woningwaarde zijn. De kosten koper (4 tot 6 procent) moet je dus volledig zelf inleggen. Op een woning van 350.000 euro betekent dat minimaal 14.000 euro eigen geld, puur voor de bijkomende kosten. Heb je ook verbouwingsplannen of wil je een buffer aanhouden, tel daar dan een extra bedrag bij op.
Wil je precies weten wat jouw kosten koper wordt? Tel de vaste posten bij je situatie bij elkaar op: overdrachtsbelasting (0 of 2 procent), notaris, taxatie, advies en eventueel NHG. Dan weet je wat er echt uit je eigen zak gaat, los van het gemiddelde percentage.






